De Profeet Mohammed ﷺ had het beste karakter van alle mensen. Vanaf zijn prille jeugd tot aan het laatste moment van zijn leven sierde hij zich met elke nobele karaktereigenschap en nam hij afstand van elke verachtelijke karaktereigenschap. Hij was het meest geleerd, het meest oprecht, het meest welbespraakt en het meest verlegen van alle mensen. Hij was een toonbeeld van betrouwbaarheid, waarachtigheid en kuisheid. Zijn Heer had hem op de beste wijze opgevoed. Hij was de meest intelligente, de meest goedgemanierde, de meest verdraagzame, de sterkste, de dapperste, de meest waarheidsgetrouwe, de meest barmhartige, de meest mededogende en de edelste van alle mensen. Van elke prijzenswaardige eigenschap bezat hij het grootste aandeel en van elke verwerpelijke eigenschap was hij het verst verwijderd. Zowel vriend als vijand getuigden hiervan.

Allah prees hem in de Koran en zei: ‘Zeker, jij (o Mohammed) bezit inderdaad een hoogstaand karakter.’ (Koran 68:4)

‘Alie ibn Abie Taalib zei: ‘De Profeet ﷺ had altijd een vrolijk gezicht. Hij had een zachtaardig karakter en hij was gemakkelijk in de omgang. Hij was niet streng en niet hardvochtig. Hij verhief zijn stem niet op de markten, noch sprak hij onbeschofte taal, noch was hij grof. Hij was geen ophemelaar en hij aanvaardde het niet om geprezen te worden, behalve wanneer dit op zijn plaats was.’
(Fath al-Baarie, 6/569)

‘Aaishah zei: ‘Het behoorde niet tot het karakter van de Boodschapper van Allah ﷺ om onbeschofte taal te spreken, noch was dit een eigenschap van hem. Hij was niet iemand die zijn stem verhief op de markten, noch zocht hij vergelding wanneer iemand hem kwaad deed. In plaats daarvan vergaf hij hem en hij schold het hem kwijt.’
(Moekhtasar ash-Shamaa-il al-Moehammadiyyah, 298)

Maalik ibn Hoewayrith zei: ‘De Boodschapper van Allah ﷺ was genadevol en zachtaardig.’
(Sahieh al-Boekhaarie, 6008; Sahieh Moeslim, 674)

‘Abdoellah ibn ‘Amr zei: ‘Het behoorde niet tot het karakter van de Profeet ﷺ om onbeschofte taal te spreken, noch was dit een eigenschap van hem. Hij zei gewoonlijk: ‘De besten onder jullie zijn degenen met het beste karakter.’
(Sahieh al-Boekhaarie, 3559; Sahieh Moeslim, 2321)

Anas ibn Maalik zei: ‘De Profeet ﷺ was niet iemand die schold, onbeschofte taal sprak of vloekte. Wanneer hij één van ons berispte, zei hij slechts: ‘Wat is er met hem, moge zijn voorhoofd met zand bedekt worden.’
(Sahieh al-Boekhaarie, 6031)

Handhalah ibn Hidhyam zei: ‘De Boodschapper van Allah ﷺ hield ervan om de mensen aan te spreken met de namen en bijnamen die hen het meest geliefd waren.’
(Madjma’ az-Zawaaid, 8/56)

Anas ibn Maalik zei: ‘Ik heb nooit gezien dat iemand zijn mond op het oor van de Boodschapper van Allah ﷺ plaatste (om hem iets in te fluisteren), waarna de Boodschapper van Allah ﷺ zijn hoofd terugtrok, totdat de ander zijn hoofd zelf terugtrok. Noch heb ik ooit gezien dat iemand zijn hand nam, waarna de Boodschapper van Allah ﷺ zijn hand wegtrok, totdat de ander zijn hand zelf wegtrok.’
(Sahieh Soenan Abie Daawoed, 4794)

Aboe Hoerayrah zei: ‘Nooit heeft de Profeet ﷺ enig voedsel bekritiseerd. Als hij het lustte, at hij het en als hij het niet lustte, liet hij het.’
(Sahieh al-Boekhaarie, 5409; Sahieh Moeslim, 2064)

‘Abdoellah ibn Bisr zei: ‘Wanneer de Boodschapper van Allah ﷺ bij iemands deur aankwam, ging hij niet met zijn gezicht tegenover de deur staan. In plaats daarvan ging hij rechts of links ervan staan en zei dan: ‘Vrede zij met jullie, vrede zij met jullie.’ De deuropeningen hadden in die tijd namelijk geen afscherming.’
(Sahieh Soenan Abie Daawoed, 5186)

‘Abdoellah ibn Bisr zei: ‘Wanneer de Boodschapper van Allah ﷺ bij iemands deur aankwam, ging hij niet tegenover de deur staan. In plaats daarvan ging hij tegen de muur staan en hij vroeg dan toestemming om binnen te komen. Als hem toestemming werd gegeven, ging hij naar binnen en anders vertrok hij.’
(Moesnad Ahmed, 17624)

De Profeet ﷺ legde ontzettend veel nadruk op het goede karakter. Hij maakte dit zelfs de kern van zijn missie. Hij ﷺ zei:

‘Ik ben alleen gestuurd om de nobele karaktereigenschappen te voltooien.’
(Silsilat al-Ahaadieth as-Sahiehah, 45)

‘Niets zal op de Dag der Opstanding zwaarder wegen op de weegschaal van de gelovige dan het goede karakter. Allah heeft zonde twijfel een hekel aan degene die onbeschofte en schaamteloze taal spreekt.’
(Sahieh at-Targhieb wat-Tarhieb, 2641)

‘Ze gelovige bereikt met het goede karakter de rang van degene die ’s nachts bidt en overdag vast.’
(Sahieh at-Targhieb wat-Tarhieb, 2643)

‘Ik beloof een huis in het hoogste gedeelte van het Paradijs aan degene die zijn karakter verbetert.’
(Sahieh at-Targhieb wat-Tarhieb, 2648)

‘De gelovigen met het meest volmaakte geloof zijn degenen die het beste karakter hebben en de besten onder jullie zijn degenen die het beste zijn voor hun vrouwen.’
(Sahieh at-Targhieb wat-Tarhieb, 2660)

‘Jullie kunnen de mensen niet tevredenstellen met jullie bezittingen, maar voldoende voor jullie is dat jullie hen tegemoetkomen met een vrolijk gezicht en een goed karakter.’
(Sahieh at-Targhieb wat-Tarhieb, 2661)

Toen de Profeet ﷺ werd gevraagd naar datgene wat de mensen het meest het Paradijs laat binnengaan, antwoordde hij: ‘Godsbesef en een goed karakter.’
(Sahieh at-Targhieb wat-Tarhieb, 2642)

Op een dag zei hij ﷺ: ‘Zal ik jullie vertellen wie van jullie mij het meest geliefd is en wie van jullie het dichtst bij mij zal zijn op de Dag der Opstanding?’ Dit herhaalde hij twee- of driemaal. De Metgezellen zeiden: ‘Jawel, o Boodschapper van Allah!’ Daarop zei hij: ‘Degene van jullie die het beste karakter heeft.’
(Sahieh at-Targhieb wat-Tarhieb, 2650)

Oesaamah ibn Shoerayk zei: ‘Wij zaten bij de Profeet ﷺ alsof er vogels op onze hoofden stonden; niemand van ons zei een woord. Toen kwam een aantal mensen bij de Profeet ﷺ. Zij vroegen: ‘Welke dienaar van Allah is het meest geliefd bij Allah?’ De Profeet ﷺ antwoordde: ‘Degene onder hen die het beste karakter heeft.’
(Sahieh at-Targhieb wat-Tarhieb, 2652)

Een andere overlevering vermeldt: ‘Zij vroegen: ‘O Boodschapper van Allah, wat is de beste gift die een mens kan krijgen?’ Hij antwoordde: ‘Een goed karakter.’
(Sahieh at-Targhieb wat-Tarhieb, 2652)

Aboe Dharr zei: ‘De Boodschapper van Allah ﷺ zei tegen mij: ‘Wees godsbewust waar je ook bent. Laat de slechte daad opvolgen door een goede daad, deze zal hem uitwissen. Behandel de mensen met een mooi karakter.’
(Sahieh at-Targhieb wat-Tarhieb, 2655)

‘Aaishah zei: ‘De Boodschapper van Allah ﷺ zei gewoonlijk: ‘O Allah, zoals U mijn uiterlijk mooi hebt gemaakt, maak ook mijn karakter mooi.’
(Sahieh at-Targhieb wat-Tarhieb, 2657)

‘Aaishah zei: ‘Een groep joden kwam naar de Profeet ﷺ en zij zeiden: ‘De dood zij met jullie.’ Daarop zei ik: ‘Met jullie zij de dood en de vervloeking en woede van Allah!’ Maar de Profeet ﷺ zei: ‘Stop daarmee, o ‘Aaishah! Wees zachtaardig en pas op voor hardvochtigheid en onbeschoftheid.’ Ik zei: ‘Heb jij dan niet gehoord wat zij hebben gezegd?’ Hij antwoordde: ‘Heb jij dan niet gehoord wat ik heb gezegd? Ik heb hen geantwoord. Mijn smeekbede tegen hen wordt verhoord, maar hun smeekbede tegen mij wordt niet verhoord.’
(Sahieh al-Boekhaarie, 6030; Sahieh Moeslim, 2166)